Een lenterit naar zee
Van de heuvels van Piemonte naar de Ligurische kust
De lente is misschien wel de mooiste tijd om van de heuvels van Piemonte naar de Ligurische kust te rijden. De lucht is helder, de bergen zijn nog frisgroen en overal staan bloemen in bloei. Het is een rit waarin het landschap langzaam verandert: van wijngaarden en hazelnootboomgaarden naar ruige bergpassen en uiteindelijk de glinsterende Middellandse Zee.
Een rustige start tussen de wijngaarden
Op een nog kille, grijze dag besluiten we een dagje zon te gaan snuiven en stappen in de auto. In de ochtend hangt er vaak nog een lichte nevel in het zachte heuvellandschap van Piemonte. De dorpen liggen verspreid op de heuveltoppen, met kerktorens die boven de wijngaarden uitsteken. Op een terras onderweg drinken we een cappuccino met een lekker zoet broodje terwijl de zon langzaam hoger klimt en het landschap goud kleurt.
In de lente ruikt de lucht hier naar natte aarde, bloeiende bomen en vers gras. Tractors rijden rustig tussen de velden en op de smalle wegen kom je soms alleen een fietser of een oude Fiat Panda tegen. Het tempo van de streek nodigt uit om langzaam te reizen.
De weg omhoog
Na verloop van tijd verandert het landschap. De glooiende heuvels maken plaats voor hogere bergen en de weg begint te slingeren. De route richting de Ligurische Apennijnen is een aaneenschakeling van bochten, kleine tunnels en uitzichtpunten.
In de lente ligt er soms nog sneeuw op de hoogste toppen, terwijl in de valleien al bloemen bloeien. Hier en daar ligt een bergdorpje tegen de helling geplakt, met pastelgekleurde huizen en smalle straatjes waar de tijd lijkt stil te staan.
Het mooie van deze rit is dat elke bocht een nieuw uitzicht geeft: diepe valleien, kastanjebossen en in de verte soms al een glimp van blauw. Op het dashboard zien we elke tien minuten de buitentemperatuur stijgen en we kunnen niet wachten tot dak van de auto open kan en we de buitenlucht kunnen ruiken.
De eerste geur van zee
En dan gebeurt langzaam waar we ons elke keer weer op verheugen. De lucht verandert. De frisse berglucht krijgt een zoute ondertoon. De vegetatie wordt mediterraner: olijfbomen, pijnbomen en struiken met kleine paarse bloemen verschijnen langs de weg. Plots opent het landschap zich en ligt daar de Ligurische kust. De zee glinstert in het zonlicht, felblauw tegen de groene hellingen die steil naar beneden lopen.
Aankomen aan de kust
De afdaling naar de kust is spectaculair. De weg kronkelt langs terrassen met olijfbomen en kleine dorpjes die bijna tegen de rotsen lijken geplakt. Uiteindelijk komen we beneden aan bij een Savona waar vissersboten in de haven dobberen.
Hier vertraagt de reis opnieuw. Eerst maar eens de zee snuiven met een lange wandeling langs het water en we zijn zeker niet de enigen maar toeristen zijn er nog niet te bekennen zo in het voorjaar. Tegen het middaguur zoeken we een mooi terras in de zon op en bestellen een bord pasta met zeevruchten en een glas lokale witte wijn.
In een uur tijd van rustige wijnheuvels naar de open zee gereden — een overgang die nergens zo natuurlijk en mooi voelt als hier, tussen Piemonte en Ligurië.
En misschien is dat wel het mooiste van reizen in Italië: de weg zelf is net zo bijzonder als de bestemming.



